Gezond sap voor kinderen

 

Broccoli, bietjes, andijvie, spruitjes, witlof, zuurkool, spinazie, asperges. Smulvoedsel voor volwassenen. Maar de meeste kinderen gruwen ervan. Hoe komt dat?

 

Kinderen hebben veel meer  smaakpapillen dan volwassenen. De papillen van kinderen bevinden zich op de tong én in de mond-en keelholte. Baby’s, peuters, kleuters proeven alles dan ook heel intens. Volwassenen proeven gewoon minder. Op weg naar volwassenheid, verliest de mens ongeveer 75% van de hoeveelheid smaakpapillen.

 

Met reuk, smaak, tast, zicht en gehoor nemen kinderen hun omgeving waar. Deze zintuigen geven signalen af aan de hersenen. Op basis van deze waarnemingen besluit een kind: wel/niet lekker, wel/niet mooi, wel/niet doen, wel/niet huilen.

 

Daarom  is het eigenlijk heel logisch dat baby’s een natuurlijke afweer hebben tegen bitter en zuur. Hun eerste voeding bestaat immers uit zoetige, vette stoffen, dé brandstof om te groeien. De meer bittere en zure voedingstoffen, bevatten bouwstoffen voor de volgende groeifase. Op de eerste kennismaking met bittere en zure smaken reageren de smaakpapillen zelden positief. De hersenen geven de signalen onveilig en gevaar af.

 

Hoe went een peuter aan nieuwe smaken?

Om een nieuwe smaak als veilig te ervaren, helpt de tijd een handje. Het duurt 5 tot 15 keer voordat je peuter aan een nieuwe smaak is gewend. Varieer in de manier van aanbieden: maak vers sap en verse soep met een nieuwe groente en doe een nieuwe groente in de sla. Combineer nieuwe groenten ook met smaken die je peuter al lekker vindt, appel en peer bijvoorbeeld. Of doperwtjes en worteltjes. Met sap van de Versapers maak je makkelijk waterijs in de vriezer. Combinaties van wortel met mango of venkel met appel zijn een aanrader. Probeer ook eens klein beetje bleekselderij, spinazie of broccoli toe te voegen.

 

De hele dag door groente aanbieden, helpt ook. Gebruik daarom een beetje groente in elke maaltijd. Of als tussendoortje overdag. Kinderen zitten snel vol. Wanneer alleen de “laatste” maaltijd groente bevat, heb je meer kans dat er niet van wordt gegeten.

 

Jong geleerd is oud gedaan.

Kinderen hebben een natuurlijke ontdekkingsdrang en  spelen graag met vormen en kleuren. Maak daar gebruik van en betrek ze bij het boodschappen doen, het wassen en schillen van groente en het bereiden van het eten. Wanneer ook de tastzin, reuk en zicht mogen meedoen, staat niets meer in de weg op te groeien tot een groente-minnende volwassene.